Het Verhaal Over Medan

Medan, de plantersstad

‘Nergens een dorp, nergens een huis… Alleen woud en moeras. Dan een kampong… en dan weer woud, moeras, lianen, apen, wildernis, stilte, duister water. Plotseling, als met een liniaal getrokken, een grenslijn een geweldig groote ontginning. Liniaalrechte slooten, wegen, twee meter hooge tabaksplanten in rechte, onafzienbare rijen. .. De kampongs staan niet meer in het bosch, maar rondom de plantages… En opeens stoomen we het station van de hoofdstad binnen. Overal orde en netheid. Mooie stenen gebouwen, een ijzeren viaduct, een glazen stationskap boven het perron ..’

(Székely, Van Oerwoud tot Plantage, 70)


Er werden vermogens verdiend in de rubber en de tabak en dat kon je zien aan Medan. Louis Couperus, schrijver van misschien wel de bekendste koloniale roman De stille kracht , bezocht Medan in 1922 en schreef:

‘.De witte, frissche stad, die Medan is, met hare elegante, blanke gebouwen en villa wijken, ligt als onder een douche.. Zij is modern en Europeesch; .. Hotel De Boer en Medan Hotel, de impozante kantoren van verschillende Maatschappijen Harrison and Crosfield, Deli Maatschappij,.. zij staan daar.. als blanke gebouwen van welvarendheid, van voorspoedigen arbeid, van bewonderenswaardig Westersch effort..’

(Couperus, Oostwaarts, 27,33,46)

Mata Hari

Rond het centrale plein, de ‘Esplanade’, stonden de belangrijkste gebouwen van Medan. Hier was het kantoor van de Javasche Bank, gebouwd door architectenbureau Hulswit, Fermont & Cuypers. Daarnaast het gemeentehuis uit 1908 met het klokketorentje geschonken door de schatrijke Chinees Tjong A Fie. Even verderop Hotel De Boer gebouwd in 1898,

‘Aan een ruim grasveld, waaromheen een brede geasfalteerde promenade liep, (de Esplanade) lag het voornaamste hotel van Medan, hotel De Boer’.

(Madelon Székely Lulofs, Rubber, 31)

Hotel De Boer was een begrip in Nederlands Indie. De elite die Medan aandeed verbleef in dit hotel. Hotel De Boer herbergde beroemdheden als Koning Leopold van België, Mata Hari, de schrijfster Carry van Bruggen en het Nederlands reizend cabaret gezelschap met Cor Ruisch en Jean Louis Pissuisse. Louis Couperus verbleef er in 1922. Jaren later schreef mevr. Burghardt de Boer, dochter van de eigenaar, over Couperus:

‘Persoonlijk ontmoette ik Louis Couperus, mijn meest bewonderde Nederlandse schrijver, maar in den lijve, helaas geaffecteerd in gebaar en spraak, in het Deli van die tijd, begin twintiger jaren, het bestaand reeds vroeg in de morgen rond te lopen in een onberispelijk shantung pak, bloem in het knoopsgat, omzweefd door een beschaafd wolkje parfum…’

(artikel Burghardt de Boer)

Esplanade Medan
Esplanade Medan

Rubber

Het schrijversechtpaar Szekely hebben Deli op onnavolgbare wijze vastgelegd. In 1933 publiceerde Madelon Szekely de roman Rubber die onmiddellijk een golf van opwinding en protest veroorzaakte vanwege het rauwe beeld dat van Deli werd geschetst en vanwege de ‘affaire’ die de getrouwde Madelon Lulofs met Ladiszslasz Szekely had gehad en waardoor beiden Deli moesten verlaten. Rubber werd een bestseller en is zelfs verfilmd. Weinig vleiend schreef Madelon over de Deli planters wanneer die feest vierden op de maandelijkse vrije dag, de ‘Hari Besar’:

‘Het werd een rumoerige maaltijd. Er werd gezongen en geschreeuwd. De hors-d’oeuvre werd door de zaal gesmeten. Borden en glazen braken. Etensresten lagen overal op den grond. De tafellakens kleefden in stroomen bier. Over het hoofd van een der assistenten werden drie mosterdpotten en een botervlootje uitgekeerd’

(Madelon Székely Lulofs Rubber, 50,51)


Vuurrode cadillac

Ook al was Medan een typische Europese plantagestad, de meest tot de verbeelding sprekende inwoner was geen Europeaan, maar de Chinees Tjong A Fie. In de ‘rags to riches story’ over de Majoor (hoogste vertegenwoordiger) der Chinezen Tjong A Fie gaat het verhaal dat hij in 1875 zonder geld naar Sumatra kwam en in enkele tientallen jaren een fortuin wist te vergaren in de bevoorrading van de plantage industrie. Omstreeks 1906 kocht hij zijn eerste rubberplantage en bij zijn dood in 1921 bezat hij een twintigtal rubber-tabak en palmolie plantages en had hij meer dan tienduizend werknemers in dienst. Zijn rechterhand en vertrouwensman was Dolf Kamerlingh Onnes, broer van de Nobelprijswinnaar Heike Kamerlingh Onnes. In 1923 reisde Dolf voor de laatste keer naar Sumatra om de zaken van de overleden Tjong te behartigen. Dit keer maakte hij de reis in gezelschap van zijn neef Harm die tijdens zijn reis lange brieven naar huis stuurde geïllustreerd met prachtige tekeningen. Van Harm krijgen we ook een indruk hoe de blanke bovenlaag woonde:


‘Vanmorgen om half acht kwam de auto van Huelsen, een vuurrode Cadillac, met een pikzwarte Kling-chauffeur met donkerblauwe Duitsche pet op, en vloog ik naar Tanjung Morawa. Sjonge wat zijn die menschen verwend aan ruimte als die weer in Europa komen! Als je binnenkomt, zie je ergens aan de horizon een ontbijttafel, mevrouw, drie kinderen, een Duitsche gouverneur’

(De reis van Harm Kamerlingh Onnes, 96)


Ze staan er nog

Het opmerkelijke van Medan is dat bijna al die gebouwen er nu nog staan. Ze zijn niet afgebroken. De grote villa van de familie Huelsen in Tanjung Morawa is er nog, Hotel De Boer, het kantoor van Harrrisons & Crosfield, het huis van Tjong A Fie, we kunnen het nog steeds zien wanneer we door Medan rondrijden. De Eeuw van mijn Vader, de bestseller van Geert Mak, speelt zich onder andere af in Medan. Net als de familie Mak zijn er talloze Nederlanders die op de een of andere wijze binding hebben met de stad. Het was een stukje Nederland, met alle positieve en negatieve kanten, met Nederlandse namen, bedrijven en gebouwen ontworpen door Nederlandse architecten. Dat Indonesische architecten als Soekarno niet veel kans kregen om te bouwen laten we nu maar even maar buiten beschouwing.

Sumatra herbergt een van de grootste ongerepte regenwoudgebieden ter wereld. Er zijn verstilde havenstadjes als Sibolga en de tocht van Noord naar West Sumatra via de ‘Trans Sumatra Highway’ dwars door de met jungle begroeide bergketen Bukit Barisan is onvergetelijk. Daarnaast staan overal nog oude plantershuizen, scholen en plantages die herinneren aan de Nederlandse koloniale geschiedenis. Het zijn de ‘bitter sweet memories’ van een voormalige Nederlandse kolonie, het is niet verdwenen, je kunt het nog steeds terugvinden.

Dirk A. Buiskool


  • Mata Hari, alias Margaretha Zelle, woonde van 1897 tot 1900 in Medan. Korte tijd later scheidde ze van haar man. In 1906 begon ze haar carriere als exotische danseres in Parijs, tot haar tragisch einde in 1917, toen ze op verdenking van spionage voor het vuurpeloton in Vincennes werd geëxecuteerd.
  • Harm Kamerlingh Onnes behoorde tot de Leidsche Kunstkring, waar in 1999 een expositie in de Lakenhal in Leiden aan is gewijd. In 2001 was er een aparte tentoonstelling van het werk van Harm Kamerlingh Onnes in de Lakenhal.

Literatuur

  • Buiskool, D.A. De reis van Harm Kamerlingh Onnes, Brieven uit de Oost 1922-1923
  • Hilversum, 1999
  • Szekely Lulofs, M. Rubber Amsterdam 1933
  • Szekely, L. Van Oerwoud tot Plantage Amsterdam, 1935
  • Couperus, L. Oostwaarts 1923

In Indonesië wordt aandacht besteed aan de vooroorlogse architectuur. In 1998 is de Sumatra Heritage Trust opgericht door Hasti Tarekat met o.a. als doelstelling behoud van de bebouwde omgeving van voor 1940. De Trust organiseert seminars, monumenten worden geïnventariseerd en nieuwe wetgeving voorgesteld om het karakter van de stad te behouden. Sumatra Heritage Trust (Badan Warisan Sumatra) (https://bws.m-heritage.org)