Medan in de literatuur

Tropic koorts

In jaren dertig van de twintigste eeuw keerde de Hongaar, Laszlo Szekely (1892-1946) terug van Medan naar Budapest en schreef de roman van ‘Oerwoud tot Plantage’. Dit sterk autobiografische verhaal speelt op de Oostkust van Sumatra tussen 1908 en 1918, wat de pioniers periode was van de Deli tabak. Het boek beschrijft de harde atmosfeer rond het planters leven in het gebied van Deli in die tijd. Het vertelt ook over de slechte arbeids omstandigheden van de koelies. De tocht per trein van Belawan naar Medan werd als volgt beschreven:

‘Nergens een dorp, nergens een huis… alleen woud en moeras. Dan een kampong… en dan weer woud, moeras, lianen, apen, wildernis, stilte, duister water. Plotseling, als met een liniaal getrokken, een grenslijn: een geweldig grote ontginning. Liniaalrechte slooten, wegen, twee meter hooge tabaksplanten in rechte, onafzienbare rijen. Zoover het oog reikt, deint daar een zee van blaren. Alles wat men daar ziet is zorgvuldig verzorgd, haast overdreven ordelijk.
Tusschen Chineesche koelies met groote, ronde gevlochten hoeden op, een Europeesche opzichter… Nu volgt de ene plantage na de andere. De kampongs staan niet meer in het bosch, maar rondom de plantages….

En opeens stoomen we het station van de hoofdstad binnen. Overal orde en netheid. Mooie stenen gebouwen, een ijzeren viaduct, een glazen stationskap boven het perron. Inlandsche en Chineesche koelies sjouwen met bagage, Maleische en Chineesche reizigers stroomen uit de wagons, Europeesche beambten in wit uniform en een roode pet op loopen daar heen en weer als pauwen tusschen kippen. Voor het station een wijd plein. Gladde asphaltwegen met machtige boomen aan beide zijden, mooie bungalows, prachtige, verzorgde tuinen, allerlei vreemde bloemen in de ongedachtste kleuren.’
(L. Székely, Van Oerwoud tot plantage, 70)