Sabang op het eiland Weh

Sabang een duikers paradijs

Sabang is een prachtig eiland met een indrukwekkende kustlijn, witte zandstranden en kristalhelder water. Het eiland is ideaal voor snorkelen en duiken. De meest beroemde baaien hiervoor zijn de Gapang baai en de Iboih baai voor het eilandje Rubiah. Hier is een indrukwekkende onderwater wereld met koraal riffen en u kunt tot 25 meter onder water zien.

Er zijn ook scheepswrakken voor duikers. Omdat het eiland op een vulkaan ligt met onderwater kraters, heuvels en kanalen, en de omliggende zee tot 600 meter diep is met in het ondiepe gedeelten koraal riffen, dit alles in combinatie met de zeestroming, zorgt ervoor dat er een grote varieteit aan vissen zwemt. Daardoor is het zo’n mooie bestemming voor duikliefhebbers.


Sabang

Na opening van het Suez Canal in 1869, werd de Indonesische archipel niet langer bevaren vanuit het zuiden maar via een meer noordelijke route, via de Straat van Malacca. Vanaf 1890 werden er reguliere scheepvaart verbindingen onderhouden met het voormalig Nederlands Indië door de Stoomvaart Maatschappij Nederland en de Rotterdamsche Lloyd. In de fraaie natuurlijke haven van  Sabang werd in 1894 een kolendepot gebouwd zodat de schepen hier konden bunkeren.

Sabang is het stadje op Pulau Weh of het eiland Weh, maar meestal zegt men Sabang, wanneer men over het eiland spreekt. De haven werd tijdens de koloniale tijd Emma haven gedoopt, naar Prinses Emma, moeder van Wilhelmina, koningin tijdens de hoogtijdagen van het Nederlandse  koloniale tijdperk. Sabang was vooral belangrijk omdat het de eerste haven in Nederlands Indië was waar de grote passagiers schepen uit Europa aanlegden.

De Nederlandse schrijver Louis Couperus schreef over Sabang:

‘De kusten groen en goud, de nog jonge maar tierende havenstad met haar zwart gestapelde kolenloodsen, maken bizonderen indruk. Die van het energieke, Europeesche effort, in een land en klimaat, door de  goden bedoeld voor enkel droomvolle loomte en  luiheid, maar voor niets anders. Sabang, wij liggen aan; ik zet mijn eerste pas op Sumatra’s grond Sabang, weet ge wel, dat ongeveer twintig jaren geleden deze havenstad niets anders was dan oerwoud? Toen, in de Russisch Japanse oorlog, trok de ligging van dit eiland en dit punt de aandacht der mogendheden, vooral van Engeland. Er lag daar toen niet meer dan een kleine bezetting. .. Laat ons nog even vertoeven te Sabang. Laat ons nog even tuffen tuschen de frissche, groen en gouden boomweelderigheid mangaboomen, nangkaboomen, zwaar behangen met groote rijpende vruchten naar het kratermeertje, dat daar boven op den heuvel zoo liefjes ligt en tot zwemmen noodt. Als wij terugkeren heeft baron Van Aerssen Beyeren, hoofdadministrateur van de Naamlooze Veennootschap Sabang ons genood te komen dineeren.’

(Couperus L. Oostwaarts 1923: 23)

Kort na Louis Couperus bezocht de Nederlandse kunstschilder Harm Kamerlingh Onnes  Sabang in januari 1923. Harm schreef over mooie plaatsje Sabang met de prachtige baai en maakte een schets van de haven. En net als Louis Couperus bezocht hij de directeur van de Sabang Maatschappij Baron van Aerssen van Beijeren van Voshol, een persoonlijke vriend van Harm. Het huis is er nog steeds en een steen met inscriptie is voor het huis geplaatst.

Rechts : Tekening door Harm Kamerlingh Onnes, 1923

Drawing by Harm Kamerlingh Onnes, 1923

Er zijn twee guesthouses in Sumur Tiga, net buiten Sabang. Dit zijn Freddies en Casanemo. De guesthouses hebben een idyllisch privé strand, gezellige cottages en men kan er heerlijk eten.

Om Sabang te bereiken moet men de snelboot nemen van Banda Aceh. De overtocht duurt ongeveer 1 uur.

Drawing by Harm Kamerlingh Onnes, 1923